Het FAT-bestandssysteem is niet gemaakt om gebruikersprivileges op op te slaan. Het NTFS-bestandssysteem is te onbekend (dank u microsoft) waardoor de gebruikersprivileges ervan niet op deze van Linux gemapped worden. Bijgevolg moet je, tijdens het mounten, meegeven met welke permissies deze partitie moet werken.
Dit doe je als volgt:
~# mount -t vfat -o uid=1000,gid=100,umask=002 /dev/hda1 /mnt/windows
Hoe weet je nu welke cijfers je moet meegeven bij uid=, gid= en
umask=? Wel, voor uid= en gid= neem je de UserID en
GroupID van de gebruiker die de partitie moet kunnen lezen/schrijven. Dit bekom
je door id te gebruiken. Hier een voorbeeld voor de gebruiker
swift:
~$ id swift uid=1000(swift) gid=100(users) groups=100(users),10(wheel),18(audio),250(portage)
Hier zie je dat de gebruiker swift uid=1000 en gid=100
heeft. Dat zijn dus al 2 cijfers. En wat nu met umask?
De umask= kan je zien als datgene wat niet als permissies mag
staan, en dit in cijfervorm. Elk cijfer komt overeen met een permissie voor de
individuele gebruiker (eerste cijfer), groep (2e cijfer) en de rest (3e
cijfer). Elk cijfer komt overeen met een combinatie van 3 permissies:
4 Read (Lezen) 2 Write (Schrijven) 1 Execute (Uitvoerbaar, of indien directorie: bruikbaar)
De combinatie wordt gevormd door de individuele cijfers op te tellen. Maw de
permissie rw-r--r-- komt overeen met (4+2+0)(4+0+0)(4+0+0) = 644.
Komen we nu terug op de umask, dan stelt deze voor wat niet mag, of dus
nog: umask=002 wil zeggen dat al de rest niet mag schrijven,
umask=006 wil zeggen dat al de rest niet mag lezen en schrijven,
026 wil zeggen dat de groep niet mag schrijven en de rest niet lezen en
schrijven.
Komen we nu terug op ons eerste voorbeeld, en we willen deze in fstab plaatsen, dan zal de regel er als volgt uitzien:
/dev/hda1 /mnt/windows vfat defaults,uid=1000,gid=100,umask=002 0 0